lees voor knop

Kinderen met een aangeboren of verworven hersenbeschadiging (cerebrale parese, ofwel CP) hebben een grotere
kans op een cerebrale visuele stoornis (CVI). Deze kinderen hebben niet alleen moeite met bewegen door een
hersenbeschadiging, maar ook met het waarnemen en verwerken van visuele prikkels.
Ze zijn gebaat bij vroegtijdige herkenning, erkenning en behandeling.

Kinderen met deze aandoeningen komen op verschillende plaatsen in de revalidatiezorg terecht: bij Koninklijke Visio, Bartiméus of bij een revalidatie-instelling voor kinderen met een motorische beperking. Vaak is tijdens het eerste contact niet meteen duidelijk wat er aan de hand is, waardoor het moeilijk is om hen goed te helpen. Uit het onderzoek is gebleken dat de groep kinderen met CP én CVI een grotere achterstand heeft op het gebied van functionele en motorische vaardigheden, dan de groep kinderen met CP, maar zonder CVI.

Inmiddels zijn er twee screeningsinstrumenten ontwikkeld en gevalideerd. Hiermee kunnen professionals in revalidatie-instellingen vaststellen of het bij kinderen met CP met een vermoeden van CVI, daadwerkelijk ook om CVI gaat.
Daarnaast zijn de bestaande interventieprogramma’s aangepast. Deze zijn gericht op het vergroten van functionele vaardigheden en zelfredzaamheid van kinderen met CP. Hierbij is rekening gehouden met de visuele beperking.
Het project is met steun van Stichting Novum uitgevoerd in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en de Radboud Universiteit Nijmegen.